WINTERSTEKKEN VOOR JE TUIN
Mijn Tuin - Ep.3
Wil je de tuin verrijken met nieuwe planten? Daarvoor hoef je niet meteen naar de kweker te lopen. Door winterstekken te nemen, kan je zelf nieuwe struiken en planten kweken. Jean toont het je voor.
Transcriptie
<p>Eén van de beste manieren om struiken te vermeerderen, is het nemen van winterstekken. En je zal zeggen: «Stekken nemen, enzo, dat is allemaal moeilijk en lastig ...». Wel, ik ga jullie tonen dat dat helemaal niet het geval is!<br />Wat betekent dat nu, een winterstek nemen? Wel, ik heb van struiken waarvan ik vind dat ze een mooie winterkleur hebben, zoals van deze Japanse esdoorn, of van deze roze kornoelje, en nog een paar andere, heb ik éénjarige twijgen weggeknipt. Een paar is genoeg, want die gaan we nu in stukken verdelen en ik ga jullie tonen hoe je daar winterstekken mee kunt maken die je volgend jaar kan uitplanten in de tuin, want het worden echte struiken. Het is super eenvoudig!<br />Voila, kijk hé! Je moet goed bekijken waar de knoppen zitten. Hier zit een knoppenpaar, daar, daar, dus op regelmatige afstanden. Ik knip nu de stek af onder de eerste knop. <br />Ik knip die recht af. Daarna tel ik vanaf deze plaats, twee knoppenparen hoger, dus hier zit een knoppenpaar, daar zit een knoppenpaar, dat worden later takjes, en dan knip ik een centimeter of twee boven het bovenste knoppenpaar schuin af, zo. Daar heb ik m’n eerste winterstek. Waarom nu recht af knippen hier, en schuin afknippen daar? [gelach] Dat is heel simpel, dan weet ik wat onder is, en boven. Dat is één! <br />Zo, ik ga er nog ééntje maken. Onder dit knoppenpaar. En dan twee omhoog tellen. En dan schuin. Dan weet ik wat boven is. Hup. Kijk, zo heb ik toch van één éénjarige twijg al vier winterstekken. Dat worden vier struiken. <br />Goed, en dit is de laatste. Dat is er nog eentje van de pindakaas – [lacht] – pindakaasstruik, kijk, als je dit doet, moet je natuurlijk die twijgen, één, twee, moet je die niet een halve dag in de auto laten liggen, of binnen in de warmte, steek ze desnoods nog een week in de grond, of zelfs twee weken, dat kan geen kwaad, maar zeker niet warm, want dan gaan ze uitdrogen en dat willen we natuurlijk niet. En kijk eens, dit zijn allemaal winterstekken. Alles wat we nu moeten doen, dat is potjes nemen. Ze moeten niet zo groot zijn, want de bedoeling i dat die stekken nu wondweefsel vormen. En wat is dat, wondweefsel? Wel, je hebt gezien waar die tak afgesneden is, onderkant recht, bovenkant schuin, weet je het nog, dan weten we wat boven en onder is, wel, daar gaat die plant, die twijg, daar gedurende de winter een soort weefsel vormen waar volgend jaar wortels zullen aan groeien. Want dat is typisch voor wondweefsel, dat is het basisweefsel voor wortelvorming. Kijk, om de zaak nog een klein beetje te forceren ga ik zelfs de bast, waar ze in de grond gaat, nog een beetje beschadigen, en op die manier ga ik zeker genoeg wondweefsel hebben om volgend jaar een goeie wortelgroei te hebben. De grond is vrij best lichte grond. Dit is zaai en stekgrond. En daar steek ik dus die twijgen in, zodat twee knoppen die ik gespaard heb, met de schuine kant er nog aan, dat die bloot zitten. Onderaan recht. Bovenaan schuin. En dat mag gewoon samen, in een bundel, in een potje.<br />Een werkje van een paar minuten, en het enige wat je moet hebben, dat is een beetje geduld, hé. Wil je zo’n mooie, rode kornoelje, dan vraag je aan je buren die er eentje hebben, of je één takje mag knippen, ze gaan hem toch snoeien, meestal snoeien ze hem helemaal terug tot de grond, voila, en je gaat op deze manier bundelen. <br />Voila, kijk, de laatste, dat zijn de laatste. Die lichte zaai- en stekgrond, dat is natuurlijk wel belangrijk, maar niet echt noodzakelijk. Dus heb je dat niet, en heb je gewone potgrond, dan lukt dat ook, en kijk eens wat een mooie kleuren hier. Ik heb vijf verschillende struiken, ik heb daar van ieder toch minstens vijf stekken genomen, winterstekken, als één van de vijf lukt, dan heb ik volgend jaar vijf nieuw strijken. Wat moet ik hiermee nu doen? Ik ga water gieten, hup, want de stekken moeten vochtig zijn. En nu gaan die onderaan een cellaagje vormen dat we wondweefsel noemen. En ondergronds wondweefsel is de basis voor wortelvorming, nog niet direct, nog niet meteen, maar laten we zeggen vanaf maart. Dus wat ga ik doen met deze stekken in de maand maart? Dan ga ik die gewoon apart in potten zetten, diegene die wondweefsel hebben gemaakt, dat zal je niet goed kunnen zien maar later wordt dat wel duidelijk. Je zet ze apart in potten, of je zet ze al in de volle grond, op vijftien centimeter van elkaar. Ik heb, bijvoorbeeld, vorig jaar stekken genomen van een bessenstruik en een weigelstruik, een Weigelia, en ja, je moet eens kijken, die zijn nu klaar om uit te planten, dus die hebben wondweefsel gevormd, en kijk eens, dat is helemaal doorworteld. Dat is een nieuwe struik, ‘Jonkheer van Tets’, een rode bes, lekker, binnen twee jaar kan ik er van eten. Je moet om te tuinieren ook wel een klein beetje geduld aan de dag kunnen leggen. <br />Voila, deze gaan nu op hun plaats. Op een vorstvrije plaats! Er hoeft geen licht te zijn, dat mag ook in een donkere garage, maar na de winter moet je ze natuurlijk gaan uitzetten zodat het wondweefsel wortels kan maken. En om mij zeker niet te vergissen, heb ik alvast naamplaatjes gemaakt, ik steek ze er meteen bij, hier, dat is voor de ‘Himalaya braam’ of de ‘Tibetbraam’, dit is rode Kornoelje, dat is niet moeilijk om dat te herkennen, Japanse esdoorn, is er ook eentje van bij mij thuis die ik ga vermeerderen, ‘Pindakaasboom’, hup, met de hele mooie winterbessen, en dit is ‘Piro3’, de vitamineroos, die bottels bevatten de meeste vitamine C van alle rozensoorten, voila. <br />Goed, ze zijn gegoten, ze kunnen er even tegen, maar je moet tijdens de winter wel in de gaten houden dat ze niet gaan uitdrogen, je mag ze best in een donkere garage zetten hoor, maar het hoeft niet in een serre zoals hier, maar zet ze in ieder geval niet waar ze kunnen uitdrogen. Hou hem goed vochtig, steek die stek erin, en je zult zien, maart – april – mei, de eerste worteltjes zullen verschijnen, en het jaar daarna, dan kan ‘ie in de volle grond. Ga je niet in potten uitplanten? Wel, doe het dan meteen in de volle grond. Voor mij is dat goed, maar hou afstand, vijftien à twintig centimeter. Ziezo, we hebben alweer iets bijgeleerd, tot de volgende tip!</p>