Vier op de tien directeurs nog op zoek naar een leraar
292 directeurs van OVSG-scholen bevraagd
Minder dan een week voor de start van het schooljaar is vier op de tien directeurs nog op zoek naar minstens één voltijdse leerkracht. Maar liefst 23% werd geconfronteerd met een nieuw personeelslid dat voor de vakantie had toegezegd, maar volgende week toch niet bij hen zal starten. Dat blijkt uit een bevraging bij 292 directeurs van OVSG-scholen in het basis- en secundair onderwijs. Uit de cijfers blijkt dat het lerarentekort iets kleiner wordt, maar nog steeds een grote impact heeft op het onderwijs.
Lerarentekort is niet alleen een probleem bij de start
De situatie verbetert licht, dat blijkt uit het feit dat 55% van de directies het lerarentekort onbestaand of kleiner dan vorig jaar noemt. Dat aantal is hetzelfde als bij de OVSG-bevraging in 2025, en is consistent met de daling in vacatures die VDAB deze zomer al rapporteerde. Maar het probleem is nog lang niet opgelost. Zo werd 6 op de 10 directies vorig schooljaar geconfronteerd met minstens één maand een tekort aan zorg of leerlingenbegeleiding, en staan er nog steeds veel leerkrachten voor de klas zonder het juiste diploma. Elke leerling heeft recht op een goed opgeleide leerkracht.
Walentina Cools, algemeen directeur van OVSG, verduidelijkt: “De directeurs schetsen een genuanceerd beeld: het lerarentekort is niet alleen een probleem bij de start, maar een structureel vervangingsprobleem tijdens het hele schooljaar. De grootste bezorgdheid is dat uitval van personeelsleden steeds vaker leidt tot extra werkdruk bij collega’s en verminderde zorg voor de leerling. Vooral in de grootstedelijke regio’s, waar het lerarentekort nog steeds groeit, is de situatie urgent.”
“De daling van het aantal vacatures is hoopgevend, maar dit is geen kentering. We mogen het lerarentekort niet gaan normaliseren. Scholen houden de organisatie recht met extra uren, interne verschuivingen en zorgleerkrachten die inspringen. Als daardoor de zorg voor leerlingen verdwijnt of starters opnieuw afhaken, verschuift het lerarentekort alleen onder de waterlijn. Kwaliteitsvol onderwijs vraagt een stabiel, voldoende groot en goed opgeleid team.”
Walentina Cools: “Vooral de combinatie van hoge werkdruk, toenemende zorgnoden en een gebrek aan maatschappelijke waardering wordt gezien als een belangrijke oorzaak van het lerarentekort"
Taalheldklassen
Uit de bevraging blijkt ook dat nieuwe maatregelen impact hebben op de schoolorganisatie. Zo zegt 43% van de directeurs taalheldklassen te organiseren. Scholen kiezen hierbij voor een flexibele organisatie, gekoppeld aan het bestaande zorg- en taalbeleid. Ze zetten vooral eigen leerkrachten in, soms aangevuld met gespecialiseerde profielen zoals logopedisten. Tegelijk geven veel directeurs aan dat de beperkte uren en personeelskrapte de uitbouw van een sterke taalheldwerking bemoeilijken. Niet iedereen vindt geschikte profielen.
Geef vertrouwen aan directies en besturen
Wanneer we directeurs vragen wat volgens hen kan helpen in de strijd tegen het lerarentekort, tonen de antwoorden een opvallende eensgezindheid. Directies zien drie sleutels om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken:
- Meer maatschappelijke waardering en een positiever imago.
- Minder werkdruk en administratieve lasten.
- Meer ondersteuning op de klasvloer.
Walentina Cools besluit: “Vooral de combinatie van hoge werkdruk, toenemende zorgnoden en een gebrek aan maatschappelijke waardering wordt gezien als een belangrijke oorzaak van het lerarentekort. Daarom blijven wij in de onderhandelingen pleiten voor vertrouwen in onze besturen en directies. Geef hen de mogelijkheid om hun school en HR-beleid flexibel te organiseren. Ook de inzet van onderwijsassistenten in de klas als ondersteuning is een formule die werkt. We moeten werk maken van een opleiding en statuut voor deze mensen. Daarnaast moet het systeem van bekwaamheidsbewijzen eenvoudiger, en moeten de financiële middelen ontkleurd worden. Zo kunnen we veel werkdruk en administratieve lasten wegnemen.”
De bevraging liep van woensdag 19 augustus tot en met dinsdag 25 augustus en werd ingevuld door 292 directies, goed voor 47% van alle scholen in het stedelijk en gemeentelijk onderwijs. De overgrote meerderheid is directie van een basisschool (248). Andere respondenten behoren tot het secundair onderwijs (27), buitengewoon secundair onderwijs (8) en buitengewoon basisonderwijs (10).
Bron: OSVG