Hout opleiding

Het kennisrijk curriculum als brug naar de arbeidsmarkt

Een toekomstmodel dat scholen en bedrijven dichter samenbrengt

"Het kennisrijk curriculum is een ankerpunt voor meer samenwerking tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt". Dat stelt Vickie Dekocker, Senior Expert Onderwijs en Arbeidsmarkt bij Agoria. Tijdens haar presentatie op het Symposium Technisch Onderwijs houdt ze een pleidooi over waarom dat kennisrijk curriculum geen vloek maar een zegen is voor het technisch onderwijs.

Wat is het kennisvrij curriculum?

De missie die Dekocker voorop stelt is dat het Vlaams onderwijs terug moet stijgen op de internationale rankings. Ze geeft twee oplossingen om die missie te doen slagen. Ten eerste moet er worden gefocust op een progressieve kennisopbouw, waarbij er geen losstaande feiten worden aangeleerd. "Denk bijvoorbeeld aan Parijs. We leren eerst wat Parijs is: de hoofdstad van Frankrijk. Daarna gaan we kijken waar Frankrijk precies ligt. Zo ga je de kennis zorgvuldig gaan opbouwen", legt ze uit.

Ten tweede is het volgens Dekocker ook belangrijk dat er coherentie en consistentie is doorheen de leerloopbaan. Leerlingen mogen niet zomaar iets tegenkomen zonder het te begrijpen.

Vickie Dekocker, senior expert onderwijs en arbeidsmarkt Agoria
Vickie Dekocker, Senior Expert Onderwijs en Arbeidsmarkt bij Agoria, is van mening dat het kennisrijk curriculum ons onderwijs terug op de internationale ranglijsten kan doen stijgen

Puntje van kritiek

Toch ziet Dekocker nog verbeterpunten. "We gaan ervan uit dat de basis moet worden gelegd in het basisonderwijs, ook voor dubbele en arbeidsmarktfinaliteit." Maar daar wringt het schoentje. De nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs voldoen niet aan alle STEM-competenties. "We zien Science, Technology en Mathematics, maar Engineering ontbreekt. Dit moet ook aan bod komen in het basisonderwijs."

Daarnaast is er ook meer aandacht nodig voor de studieoriëntering. Dekocker benadrukt dat we moeten afstappen van het idee 'je bent niet sterk genoeg in ABC, dus je moet naar de dubbele of arbeidsmarktfinaliteit'. Volgens haar ligt de oplossing net in een positieve benadering: 'je bent sterk in engineering, dus deze finaliteit past bij jou'. "Zo wordt het geen afvalrace, maar een positieve keuze voor die richting", besluit ze.

Dekocker is bovendien voorstander van het meer accentueren van de kennis en competenties voor de dubbele en arbeidsmarktfinaliteit in een leerkrachtenopleiding voor het basisonderwijs.

"Ik roep jullie op om de samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt te omarmen" - Vickie Dekocker, Agoria

Secundair onderwijs

Hoewel het kennisrijk curriculum zijn oorsprong heeft in het basisonderwijs, pleit Dekocker ervoor om die lijn door te trekken naar het secundair onderwijs, en in het bijzonder naar de dubbele en arbeidsmarktfinaliteit. Ook daar vormt vakinhoudelijke kennis de basis van vaardigheden. Praktijk en theorie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: leerlingen leren niet alleen hoe ze iets doen, maar ook waarom een werkwijze veilig is, hoe materialen en machines werken en welke gevolgen keuzes of fouten hebben.

De theorie is daarbij functioneel en direct toepasbaar. Kennis wordt aangereikt wanneer ze nodig is: vlak voor tijdens of na de praktijk. Door een stapsgewijze opbouw en herhaling in de praktijk worden begrippen en principes duurzaam verankerd.

Daarnaast worden taal en rekenen ingebed in het vak. Vaktaal, werkinstructies en veiligheidsbegrippen krijgen expliciet aandacht, terwijl rekenen en begrijpend lezen gekoppeld worden aan echte handelingen en praktijksituaties. "Mijn zoon zit in de dubbele finaliteit waar de stelling van Pythagoras rechtstreeks in de praktijkles wordt toegepast", illustreert Dekocker.

Kiemen voor verdere samenwerking

Leerling met Vademecum Hout
Het Vademecum Hout toont het potentieel van een goede samenwerking tussen onderwijs en bedrijven (© Provincie Antwerpen)

Volgens Dekocker liggen in die discussie ook duidelijke kiemen voor verdere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Zo stelt ze de vraag waar vakinhoudelijke kennis vandaag precies zit, en of het realistisch is om van scholen te verwachten dat zij alle veranderingen in kennis zelfstandig en snel blijven bijhouden.

Net daarom pleit ze ervoor om kennis die binnen sectoren en bedrijven wordt ontwikkeld, ook effectief tot in de klas te brengen. Dat vraagt niet alleen bereidheid van het bedrijfsleven, maar ook een duidelijke plek om die vakinhouden ter beschikking te stellen, zoals dat vroeger met KlasCement gebeurde. Initiatieven zoals het Vademecum Hout tonen volgens haar alvast het potentieel: "Het Vademecum Hout is een toonbeeld van hoe de sector inhoud tot bij de scholen brengt."

Daarnaast wijst Dekocker op het groeiende tekort aan praktijkleerkrachten. Samenwerking kan hier deels een antwoord bieden, bijvoorbeeld via duale leerkrachten. Dat zijn professionals uit het bedrijfsleven die een lesopdracht opnemen in scholen. Hoewel er vandaag een aanzienlijke groep potentiële kandidaten gekend is, ontbreekt een duidelijke 'matchmaker' om scholen en bedrijven opnieuw met elkaar te verbinden.

"Er wordt te weinig aandacht besteed aan technologie in de klas om iets oneindig veel keer in te oefenen"

Ook bij leermiddelen ziet ze aandachtspunten. Met de komst van een kwaliteitskader rijst de vraag in welke mate praktijkkennis uit het bedrijfsleven de toets zal doorstaan. "We moeten ervoor zorgen dat er niet enkel met een ASO-bril naar de leermiddelen wordt gekeken", benadrukt Dekocker, "Anders zou het heel jammer zijn dat mogelijke leermiddelen die kennis opbouwen voor leerlingen of technologische veranderingen introduceren in de klaslokalen, moeilijker of zelfs niet meer hun weg naar de klas vinden."

Opbouw en herhaling in de praktijk vormen dan weer het kernpunt, volgens Dekocker. Toch is het nog steeds vrij moeilijk om samenwerkingsvormen in termen van werkplekleren aan te gaan. "Er is een groot pleidooi vanuit industriefederaties om heel vroeg te starten met samenwerkingen. Denk aan observatiestages, gastleerkrachten, stages en duaal leren." Maar Dekocker beklemtoont dat niet iedereen zomaar stage kan lopen of aan duaal leren kan doen. Een graduale opbouw is hier cruciaal en technologieën zoals EdTech kunnen daarbij helpen. "Er wordt te weinig aandacht besteed aan technologie om in de klas te gebruiken", vertelt Dekocker, "Ze biedt de mogelijkheid om iets oneindig veel keer in te oefenen, hetzij gesimuleerd, hetzij op basis van het niveau van een jongere om dit adaptief aan te passen."

Tot slot kunnen ook taal en rekenen dichter bij de praktijk worden gebracht, bijvoorbeeld via een klaslokaal in het bedrijfsleven.

Vickie Dekocker Symposium Technisch Onderwijs
"We moeten ervoor zorgen dat er niet enkel met een ASO-bril naar de leermiddelen wordt gekeken", stelt Dekocker

Warme oproep

Dekocker sluit af met een warme oproep om de samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt niet te bekijken als iets dat scholen overkomt. "Ik roep jullie op om dit niet te zien als iets dat op jullie afkomt, maar om de samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt te omarmen. Neem zelf initiatief en kijk op welk domein jullie aan de slag kunnen gaan", zegt ze. Dat kan volgens haar op verschillende manieren, van lesmateriaal uit bedrijven en duale leerkrachten tot het aanvragen van observatiestages.

Tegelijk benadrukt ze dat ook werkgeversorganisaties een duidelijke verantwoordelijkheid dragen. "Ook vanuit werkgeversorganisaties is het voor ons belangrijk om de hand te reiken naar het onderwijs en samen te bekijken waar we de krachten kunnen bundelen."

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • checkwekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • checkdigitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • checkuw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • checkmaximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over